| Goed onderhoud is het halve werk |
Er zijn twee
onderdelen van het lasapparaat die enige extra zorg nodig hebben:
- De draadaanvoer
- Het gasmondstuk
|
|
| De draadaanvoer |
| Tijdens de
draadaanvoer komen er metaaldeeltjes vrij. Deze blijven hangen in de draadgeleider. De
draadgeleider moet daarom regelmatig worden schoongemaakt. Ook het slangenpakket moet voor een goede draaddoorvoer regelmatig
worden ontkoppelt en eventueel met perslucht worden doorgeblazen. Hiervoor moeten we het
gasmondstuk en het contactbuisje verwijderen (alleen van toepassing indien slangenpakket
afkoppelbaar is). |
 |
|
| Het gasmondstuk (1) |
| Het contactbuisje
moet precies middenin het mondstuk zitten anders kan het smeltbad buiten de gasbescherming
komen te liggen. Dit heeft als gevolg dat de lucht weer bij onze las kan komen. De afstand tussen de voorkant van het mondstuk en het contactbuisje
moet 0 tot 3 mm zijn. |
 |
|
| Het gasmondstuk (2) |
| Het gat in het
contactbuisje mag niet teveel uitgesleten zijn. |
 |
|
| Samenvattend: |
- Vervang regelmatig het contactbuisje.
- Maak het mondstuk van binnen regelmatig schoon.
- Haal lasspetters weg waardoor het gas onbelemmerd kan
uitstromen.
Je kunt het gasmondstuk gemakkelijk schoonmaken met een
speciale tang.
Het aanhechten van lasspetters is te voorkomen door het
mondstuk in te spuiten met een antispatmiddel. Een warm mondstuk kun je ook in antispatvet
duwen. Dit kan niet in koude toestand, anders kunnen vetproppen de gastoevoer belemmeren. |
 |
|