Groene bus

 

Lasklus: vervangen van een dorpel

Door Jan Willem Brier
N.B. Dit is een artikel uit 1998. De bus heb ik nog steeds! De inhoud van het artikel is weliswaar al oud maar nog steeds actueel!
Dit is het verhaal van mijn eerste laservaring. Daarvoor had ik nog nooit een lasapparaat in handen gehad. Ik wist zelfs niet wat bv. CO2 of MIG lassen inhield. Hoe is het dan zo gekomen?
In 1996 kocht ik een bijna 20 jaar oud Volkswagenbusje. Geen aperte roestbak, het ding zag er nog heel acceptabel uit. Bij gebrek aan stalling moest de bus de winter echter in de buitenlucht doorbrengen. Dat was niet goed voor hem. Je zag het ding als het ware voor je ogen achteruit gaan. Bij de APK keuring het jaar daarop werd mij verteld dat de kokerbalken (of dorpels) onder aan de zijwanden slecht waren.
De bestuurderszijde moest voor de APK direct gelast worden, de andere zijde waarschijnlijk het jaar daarop. Ik heb de garage (een 'echte' VW dealer) gevraagd dat laswerk te doen. Dat kostte circa vierhonderd gulden (ex BTW natuurlijk) dus dat viel wel mee, het resultaat echter niet. Het zag er echt niet uit. Op zo'n moment word ik eigenwijs en denk ik dat ik het zelf beter kan, ongeacht het feit dat ik zoiets nog nooit eerder had gedaan.

Inmiddels had ik een werkruimte cq stalling gevonden zodat ik in de winter van '97 op '98 mij op het vervangen van de dorpel aan de bijrijderszijde heb gestort. Dat was een hele opgave want, zoals gezegd, ik wist nog van niets en had ook de benodigde gereedschappen en materialen niet. De eerste opdracht was dan ook om me te verdiepen in het lassen en wat daarbij komt kijken. Om te beginnen ben ik maar begonnen met het werk van de garage wat te fatsoeneren, afslijpen van het maanoppervlak en plamuren, dat soort werk. Daarna, het was inmiddels al weer bijna zomer, is het lassen uiteindelijk door mijzelf gedaan. Hieronder zal ik dat in detail beschrijven. Het resultaat viel mij zelf niet tegen en de bus kwam dan ook probleemloos door de APK keuring (bij een andere VW-dealer).
Het werd nog mooier toen het lot besliste dat mijn bus ook nog eens door de RDW bekeken moest worden. De zo gevreesde steekproef (het lot valt trouwens wel erg vaak op mij maar dat is weer een ander verhaal). Toen ik de bus kwam ophalen werd mij verteld dat de RDW keurmeester geconstateerd had dat er aan de bus gelast was en dat hij de garage gecomplimenteerd had voor het nette werk. Waarop zij hem dus vertelden dat dit niet hun werk was ... Wat wil je als absolute beginner nu nog meer!
De opgave was dus een dorpel vervangen. Op het gebied van metaalbewerking in welke vorm dan ook was ik een absolute leek. Geen opleiding, geen ervaring, niets, nada, noppes. Ik moest ook vrijwel alle benodige gereedschappen nog aanschaffen. Toch is het me gelukt. Al met al heeft het vervangen van deze dorpel niet meer dan circa twee dagen werk opgeleverd. Maar een heleboel voorbereiding. En daarbij heb ik het bijzonder kalm aan gedaan. Het eigenlijke laswerk is hooguit een uur werk. Ik wilde dit persé in één keer goed doen. Half werk leveren en het later nog eens over te moeten doen is geen oplossing. En het is goed gelukt! Lees hieronder hoe en jij kunt het waarschijnlijk ook!
Een doorgerotte dorpel is bekend probleem bij Volkswagenbusjes (en ook bij heel wat andere roestmobielen). Als je moeiteloos je vinger door het metaal kan steken wordt het tijd voor actie. Dichtsmeren met oude kranten en polyester levert geen blijvende oplossing. Bovendien kost een reparatiepaneeltje nog geen twee tientjes, dus die is gauw gekocht. Maar dan. Zo'n paneeltje moet er in gelast worden en dat is niet ieders werk. Er liggen her en der dan ook nog heel wat paneeltjes te wachten op montage.
Als eerste moet de oude dorpel verwijderd worden.Dat is makkelijker gezegd dan gedaan. Het eindresultaat hangt voor een groot deel af van de voorbereidende werkzaamheden. Hoe beter die worden gedaan hoe makkelijker het is om de nieuwe dorpel er perfect passend in te krijgen. 

 

We zullen er in detail naar gaan kijken. Ik heb er zelfs een paar tekeningetjes bij gemaakt. Je krijgt zo een beter idee hoe de dorpel eigenlijk in elkaar steekt. Het zijn feitelijk allemaal uit dunne staalplaat gevormde profielen die aan elkaar gelast zijn en zo een licht maar toch stevig kokervormig geheel vormen. 

Figuur 1  Rocker 1
Opbouw van de dorpel
 
Voorbereidend werk
We beginnen met het doorslijpen van het buitenste deel van de dorpel (of wat er nog van over is). We gebruiken hiervoor de doorslijpschijf. De dorpel is met puntlassen (bij A  en B) aan de rest van de koker constructie vastgezet. In eerste instantie verwijderen we alleen het rondlopende deel. Het horizontale en verticale deel laten we nog even zitten.
Vervolgens moeten we alle oppervlakken 'schoon' maken. De onderste rand van de dorpel (bij A) verwijderen we met de slijpschijf helemaal. Maar letop alleen de dorpel, in de tekening zwart gekleurd. Laat de rest, in de tekening bruin, ongemoeid. Dat hebben we nodig om de nieuwe dorpel tegenaan te lassen. Er bestaan overigens speciale boortjes of frezen om puntlassen uit te boren. In mijn geval heb ik het zonder gedaan. Met de lamellenschijf of staalborstel kun je het nog aanwezige roest verwijderen.
Van de bovenste rand van de dorpel heb ik een stukje laten zitten (zie fig 3).Dat kwam beter uit omdat het reparatiedeel niet voorzien was van de naar benedenstaande lip die het deurrubber op zijn plaats houdt. Door deze lip van het origineel te laten zitten en het nieuwe deel hier precies in te laten vallen kreeg ik een nette afwerking.
Conservering
Nadat we klaar zijn met het slijpen kunnen we zien hoe de binnenste profielen erbij staan. Meestal zullen die ook al wel (behoorlijk) aangeroest zijn. Je zult moeten beoordelen of die er nog mee door kunnen of niet. Is er van de binnenste balkjes weinig meer over dan wordt de reparatie erg ingrijpend en valt buiten het kader van dit artikel. In mijn geval viel het wel mee. Ik heb met de staalborstel in de boormachine zoveel mogelijk roest verwijderd. Daarna is het zaak het roestproces te stabiliseren met een roestomvormer (Fertan o.i.d.). Dat spuit of kwast je erop en moet met water worden nabehandeld. Ik heb de zaak daarna behandeld met een roestwerende grondverf (Stop-Rust). 
Ik ga er van uit dat het op deze wijze behandelde metaal weer de nodige jaren meegaat. Daarbij staat de bus nu het grootste deel van het jaar in een droge stalling zodat de weersinvloeden niet zo groot zullen zijn. Je zult moeten beseffen dat je het afbraakproces eigenlijk niet kunt stoppen (zeker niet als je de auto ook nog wilt gebruiken).  Je kunt het alleen maar vertragen. Zet een auto een aantal jaren buiten en hij verdwijnt vanzelf. Volgens mij zijn ze biologisch afbreekbaar. Ik begrijp al die ophef over wrakkenverwerking ook niet zo ;-).
Past het ?
Kijk of het reparatiedeel past. Het is nu tijd om te zien of alles netjes past. Het reparatiedeel moet precies op zijn plaats vallen en moet overal goed aansluiten. Bij het slijpen had ik er voor gewaakt om niet te veel materiaal weg te halen. Nu bleek dat ik hier en daar aan de zijkanten nog wat moest wegslijpen. dat is beter dan dan je nu moet constateren dat het reparatiestuk 'te klein' is. Dat los je niet zomaar op. Je kunt bij het passen gebruik maken van klemtangen om het stuk op zijn plaats te houden. Soms zul je het reparatiedeel nog wat moeten bijwerken. Niet alles wat verkocht wordt is van een perfecte passing. En als je goed kijkt blijkt dat ook niet elke bus 'af fabriek' perfect in elkaar gezet is. Sommige naden sluiten gewoon niet goed aan en er zijn soms behoorlijke afwijkingen tussen twee verder identieke bussen te constateren.
Het voorbewerken van het reparatiedeel
Afhankelijk van de omstandigheden zul je nog wat aanpassingen aan het reparatiestuk moeten doen. In mijn geval moest ik nog twee hoekjes links en rechts boven wegzagen omdat anders het deurrubber er niet meer in zou passen. Meestal zal het reparatiedeel zwart gespoten worden geleverd. Verwijder alle stickers en maak het deel klaar voor het laswerk zoals hierna is beschreven. Verwijdser in elk geval rond de te lassen plekken ook de grondverf.
Aangezien de meesten van ons niet over een puntlasapparaat zullen beschikken moeten we het lassen op een andere wijze doen. We gebruiken hiervoor de zogenaamde proplas methode. Daartoe moet in de onderste rand van het metaal een serie 4 mm gaatjes worden geboord. Makkelijker nog gaat dat met een ponstang (of pons/verzettang). De gaatjes moeten om de 2,5 cm worden aangebracht. Maar let op: er zitten ook al gaten in het achterliggende plaatwerk. Je moet alleen gaten maken in het reparatiedeel op plekken waar geen gaten in het achterliggende metaal zitten. De verbinding wordt gemaakt door met het lasapparaat deze gaten weer dicht te lassen waardoor de verbinding tussen de twee plaatdelen tot stand wordt gebracht. Aan de bovenkant ligt het wat moeilijker. Ik heb dat opgelost door in de bovenste rand een aantal driehoekjes te zagen en deze weer in te lassen (op locatie B van figuur 3). Het probleem is namelijk dat je er hier niet goed bij kunt met de mond van het lasapparaat. Als iemand een betere methode weet hoor ik het graag.

Figuur 2
Reparatiepaneel zo bewerken. Rocker 2
 
 
Het lassen !
De dorpel wordt met proplassen op de punten A en B vastgezet zoals hieronder in meer detail is beschreven. Het vast gelaste restant van de oude dorpel laten we gewoon zitten (het zwarte deel bij punt B).
Als laatste lassen we de verticale naden geheel af. Doe tekens een klein stukje (0,5 cm per keer) . Daarmee voorkom je dat de zaak gaat trekken of er grote gaten in het metaal vallen. 
 

Figuur 3  Rocker 3
Vergelijk dit eens met foto 2.
 
Hier volgt een gedetailleerde beschrijving van het lassen. NB: De foto's zijn genomen bij het oefenen met een proefstukje. 
Begin met het reparatiedeel op de juiste plek te klemmen met behulp van een aantel klemmen. Klemtangen zijn daarvoor het aangewezen middel. Begin niet met lassen voordat je zeker weet dat alles past en het reparatiedeel precies op de juiste plek zit. Na de eerste las kun je het niet meer verplaatsen!

Klemmen
Foto 3
Zo klemmen we het reparatiedeel vast

Eerste las
 
Plaats de lasmond boven het midden van het gat. Druk de knop ongeveer een seconde in en je bent klaar. De gesmolten lasdraad moet het gaatje netjes opvullen. Als het goed is kun je aan de achterzijde net zien dat er aan gelast is. Als je te lang last loop je het risico dat je alleen maar een gat in het achterliggende metaal brandt. Je kunt dat echter met een MIG lasapparaat vrij goed weer opvullen. Het helpt als je achter het werkstuk een strip koper of aluminium klemt. Dat voert de warmte af en voorkomt dat je er snel doorheen brandt. Aluminium of koper hechten niet aan ijzer dus je kunt het altijd zo weer losnemen.


Foto 4
Plaats de lasmond boven het gaatje

puntlas
 
Zo zien de lassen eruit die ik met het gasloze MIG apparaat heb gemaakt. Acceptabel maar niet perfect. Met een echt MIG apparaat (met Argon/Co2 gas) gaat het veel beter.
Met dit apparaat gebruikte ik uit voorzichtigheid een lage instelling. Met meer stroom gaat het feitelijk beter. Dat is allemaal toch een kwestie van ervaring opdoen. Lassen met CO2 gas gaat mooier. Zie hiervoor het volgende artikel.
Foto 5
Het bak- en braadwerk
afwerken 
De afwerking
Na het lassen is het tijd om de zaak af te werken. Gebruik een slijpschijf (beter nog lamellenschijf) om de lassen vlak af te slijpen. Let op dat je niet te veel wegslijpt. Dan hou je geen dorpel meer over en kan je opnieuw beginnen.
NB: deze foto is genomen bij het werken aan een proefstukje.
Foto 6
Oefenen op een afvalstukje
Resultaat 
Deze foto laat zien hoe de las er na even slijpen uit ziet. Goed afwerken met roestwerende grondverf en een beetje plamuur en je ziet er niets meer van.
In het algemeen zal je blank metaal moeten schuren. Als er meer dan heel oppervlakkige roest aanzit moet dat grondig gebeuren. Heel goed werkt een ronde staalborstel in de boormachine. Ik behandel het metaal daarna altijd met een chemische roestomvormer (Fertan o.i.d.) Daarmee zet je ook de vrijwel onzichtbare roestpuntjes die er nu eenmaal altijd zijn om in een stabiele chemische verbinding. Daarna het blanke metaal met grondverf behandelen (liefst meerdere lagen en aflakken met de juiste kleur. Spuiten is mooi maar niet echt nodig. De dorpel zit nauwelijks in het zicht. Als het er een beetje netjes opgekwast wordt dan is het ook goed. Als laatste heb ik de binnenzijde behandel met "ML" roestbescherming uit een spuitbus. Bij de bus wordt een dun slangetje van ca 50 cm  meegeleverd met een speciale sproeikop. Het slangetje kun je door een gaatje steken en zo de binnezijde van de dorpel behandelen. Hiermee voorkom je dat je nieuwe dorpel binnen de kortste keren ook weer wordt omgezet in roest.
Foto 7
Glad geslepen
 
Het eindresultaat
Zo ziet het eindresultaat er uit. Een keiharde dorpel. Niet langer zo'n bubbelig bruin uitgeslagen stuk roest waar je je vinger zo door kan steken.
Dit gaat wel weer een aantal jaren mee. Je wordt nu vast nog trotser op je bus.

Resultaat
Nb: Het afdichtingsrubber voor de schuifdeur moet nog worden vervange

.