MIG/MAG lasapparaten

Met MIG/MAG lasapparaten kunt u vele kanten op. Zo kunt u proplassen, aluminium lassen, ruplassen en gasloos lassen. Elke methode wordt beschreven en daarnaast heeft u de mogelijkheid om een video over het lasproces te bekijken.

Wilt u meer weten over het MIG/MAG Lassen? Lees dan het lasinstructieboek: "Stap voor Stap MIG/MAG Lassen". Die u uiteraard ook bij Rustbuster kunt verkrijgen.

Lasapparaat MIG/MAG

Proplassen 

Bij een proplas maken we eerst een gaatje van 5 à 6 mm in één van de twee plaatdelen. Vervolgens klemmen we de plaatdelen op elkaar en lassen we het gaatje weer dicht. Op die manier maken we een las die veel lijkt op een puntlas. Het dichtgelaste gaatje bevat een 'prop' gesmolten metaal, vandaar de naam proplas. Meestal zullen we een hele serie proplassen op een rij moeten maken om een verbinding over de volle lengte van een plaatdeel te verkrijgen. In de tekst hieronder zullen we één en ander nog eens in detail bekijken. Als amateur kan je op deze wijze met eenvoudige middelen erg ver komen. Vrijwel al het laswerk aan de carrosserie van een auto is zo uit te voeren. Bovendien voldoet deze methode aan de eisen die voor de APK worden gesteld.

Het maken van proplassen

We beginnen met het maken van gaatjes in één van de twee te bevestigen plaatdelen. Meestal maken we die gaatjes in het reparatiedeel. In ieder geval moet het gaatje straks bereikbaar zijn met de lastoorts. Dat betekent dus in de praktijk dat we hiervoor de 'buitenste' plaat gebruiken. Het is mogelijk om deze gaatjes te boren. Het gaat echter beter, en een stuk makkelijker, als je gebruik maakt van een ponstang. Met deze tang maak je moeiteloos een hele serie gaatjes van exact 6 mm. Door de instelbare aanslag kunnen bovendien alle gaatjes op exact dezelfde afstand tot de rand van de plaat worden gemaakt. Boren kan dus wel maar levert een minder mooi resultaat op. Door de warmteontwikkeling kan de plaat ook vervormen. De onderlinge afstand van de gaatjes moet ongeveer 2 cm zijn. Dat wordt vereist voor de APK (zie het hoofdstuk over de APK-eisen).
 
De volgende bewerking is alleen nodig als we de twee plaatdelen 'vlak', dus in het verlengde van elkaar, willen verbinden. Dat komt vaak voor bij het repareren van portieren, spatbordranden, achterhoeken etc. In de eerste plaat, zoals gezegd meestal het reparatiedeel, hebben we dus al de nodige ponsgaatjes gemaakt. Vervolgens maken we aan het tegenliggende plaatwerkdeel een soort Z-vormige rand. We noemen dat een verzet en doen dat dan ook met de speciaal hiervoor bedoelde verzettang. 

De verzettang heeft een bek van ongeveer 2 cm breed waarin dit profiel, een verdieping van ongeveer 1 mm, terug te vinden is. Door aan de rand van de plaat te beginnen kunnen we telkens een klein stukje verzet aanbrengen. Als we de tang iedere keer ongeveer 1 tot 1,5 cm opschuiven krijgen we een keurig strakke rand. Het maken van een verzet heeft nog een bijkomend voordeel. Door het aanbrengen van een profiel wordt de plaatrand verstevigd en zal de naad er uiteindelijk strakker gaan uitzien. De kans op kromtrekken tijdens het lassen wordt daardoor ook iets verminderd. Zonder een verzettang is het niet echt mogelijk een dergelijke rand te maken. Pons- en verzettangen zijn te koop als afzonderlijke stukken gereedschap maar ook in combinatievorm, de zogenaamde pons/verzettang. Afzonderlijke tangen zijn bij elkaar iets duurder maar werken in de praktijk wel een stuk handiger.

Als de ponsgaten en het verzet zijn gemaakt klemmen we de platen goed strak tegen elkaar. Dat kan wel eens lastig zijn maar is bijzonder belangrijk. We gebruiken hiervoor klemtangen, lijmtangen, speciale lastangen, alles wat maar klemmen wil en hittebestendig is. Soms lukt het desondanks niet goed omdat de tang domweg niet op de juiste plaats is aan te brengen. In dat geval kun je ook de platen met kleine zelftappertjes aan elkaar schroeven. Controleer nu of alles precies op de juiste plaats zit. Als we eenmaal beginnen te lassen dan is het te laat.

Het lassen zelf is relatief eenvoudig. We mikken met de lastoorts op het midden van het gaatje. Daarna circa 2 à 3 seconden de knop indrukken. Als het goed is vloeit het gat vanzelf mooi dicht. Het is belangrijk dat er in korte tijd vrij veel warmte wordt toegevoerd. Op de lasplaats moet het materiaal van de onderste plaat samensmelten met de het toegevoegde materiaal èn het materiaal van de bovenste plaat. Als de lasplaats niet warm genoeg wordt ontstaat er een broze las die je zo weer los trekt. Maak je het te warm dan loop je het risico dat je grote gaten in de plaat brandt. Bovendien moet je voldoende, maar ook weer niet teveel, lasdraad toevoeren om een mooie vlakke las te creëren. Het vinden van de juiste afstelling van het lasapparaat vergt enige oefening en verschilt ook per lasapparaat. Als alles goed is dan gaat het lassen gepaard met een zacht gezoem en weinig of geen gespat en gesputter. De lasplaats wordt dan vaak vanzelf mooi opgevuld en behoeft nog slechts weinig of geen nabewerking. Aan de achterzijde van de las kun je zien of de 'inbranding' voldoende is. Bij een goede las is aan het metaal aan de achterzijde duidelijk te zien dat het gesmolten is. 

Volgens sommigen krijg je de mooiste proplassen door tamelijk grote gaten in de te bevestigen plaat te maken. Denk aan 8 tot 10 mm. Vaak hebben we echter niet voldoende ruimte om zulke grote gaten te maken. We zullen het meestal met gaten van 5 of 6 mm moeten doen. Dat is ook de maat van de gaten die de ponstang maakt.

Hier wordt gelast met de Cebora Bravo 155 (is vervangen door de Cebora EVO 160) met ongeveer 120 Ampère. U ziet hier ook het speciale proplas gasmondstuk. Deze dient als afstandhouder tot het werkstuk en drukt de twee plaatjes stevig op elkaar. Het MIG/MAG lasproces is zowel geschikt voor het lassen van dunne plaat (0,6 mm / 0,8 mm. / 1,0 mm) als constructie-staal van 1,0 cm en dikker. Voor dikker staal gebruikt u bij voorkeur een lasapparaat op krachtstroom. Download hier de normale video over proplassen. Heeft u geen tijd voor de normale video? Download hier dan de korte video.

U ziet bij de normale video achtereenvolgens:

  1. Gaten knippen (5 mm.) met de ponstang
  2. Verzet maken met de verzettang
  3. Proplassen
  4. Slijpen met een lamellenschijf
  5. Eindresultaat: een APK waardige las

NB. Het naadje kan achteraf opgevuld worden met plamuur of beter nog: Vertinnen. Een anti-roestbehandeling aan de binnenzijde van het plaatwerk is aan te raden.

MIG/MAG lasapparaat kopen

Rupslassen

Op deze gaat het over rupslassen met het MIG/MAG lasapparaat. Hier wordt gelast met de Cebora Bravo 155 met 28 Ampère. Indien u een te hoge stroomsterkte gebruikt, brandt u een gat in de plaat. De lasapparaten van Cebora zijn bij uitstek geschikt voor het lassen van autoplaat. 

Download hier de video over het rupslassen

Lasapparaat CO2

Buitenhoek las

Deze video speelt het MIG/MAG lassen in slowmotion af. Hier wordt gelast met de Cebora Bravo 155 met ongeveer 140 Ampère. U ziet het smeltbad (de rode gloed van vloeibaar staal) langzaam stollen. MIG/MAG staat voor Metal Active Gaswelding / Metal Inert Gaswelding. Staal wordt MAG gelast (met beschermgas Co2 of menggas Argon en Co2 in de verhouding 85% Argon en 15% Co2) Aluminium wordt MIG gelast (met een beschermgas van 100% Argon). Hier ziet U een voorbeeld van het MAG lassen van staal. Download hier de video over het buitenhoek lassen.

Aluminium binnen- en buitenhoek las

Aluminium is ook te lassen met het MIG/MAG lasapparaat. Dit wordt MIG lassen genoemd omdat het beschermgas 100% Inert gas is (in dit geval Argon). Aluminium absorbeert meer warmte dan staal of RVS, er is daardoor meer stroom vereist om Aluminium te verlassen. Aluminium lasdraad is zachter dan staal en RVS lasdraad, dit vergt een draadtransportmechanisme van hogere kwaliteit en bij voorkeur ook een kunststof (bv. teflon) binnengeleider in het slangenpakket . In deze video wordt een buitenhoek gelast met de Cebora Tri Star 1635/M. Download de video over aluminium buitenhoek lassen hier. De binnenhoek wordt met hetzelfde lasapparaat gelast. Download hier de video over het aluminium binnenhoek lassen.

CO2 lassen

Puls MIG Aluminium: Binnenhoek las (zwaaiend)

Zoal hierboven beschreven, absorbeert aluminium meer warmte dan RVS en staal lasdraad. Om het smeltbad optimaal te kunnen beheersen wordt in deze video een puls MIG lasapparaat gebruikt. Een puls MIG wisselt hoge en lage stroom in zeer korte tijd af. Hierdoor wordt de lasdraad gelijkmatig in het smeltbad gesmolten, terwijl er tegelijkertijd voldoende vermogen is om het aluminium (en de oxide-huid hiervan) te penetreren en spetters te minimaliseren. Download de video over het aluminium binnenhoek lassen hier.

Om de binnenhoek las vlak te krijgen en om de penetratie te verhogen wordt de lastoorts lichtjes heen en weer bewogen. Dit wordt "zwaaien" genoemd. Download hier de video voor het 'zwaaiend' lassen.

MIG/MAG lassen

Gasloos lassen met het MIG/MAG lasapparaat

De laatste lastechniek met een MIG/MAG apparaat, is het zogenoemde gasloos lassen. Gasloos MIG/MAG lassen met flux-cored lasdraad (=poedergevulde lasdraad) op staal van 3 mm dikte. Het lasapparaat waarmee gelast wordt is de Cebora Revolution Combi. Het aantal spetters is veel groter dan het lassen met beschermgas en een massieve lasdraad. U kunt echter met dit lasproces wel in de buitenlucht lassen. Houd echter wel rekening met de hogere kosten van flux-cored lasdraad ten opzichte van massieve lasdraad. Download hier de video voor het gasloos lassen op staal van 3 mm dikte. 

Gasloos MIG/MAG lassen met flux-cored lasdraad (=poedergevulde lasdraad) op staal van 0,8 mm dikte. Het lasapparaat waarmee gelast wordt, is wederom de Cebora Revolution Combi. Voor het lassen van autoplaat is massieve draad met beschermgas meer geschikt (geen slak en minder spetters en minder inbranding). Download hier een video over gasloos lassen van dunne plaat (0,8 mm dik).