Wat is
puntlassen?
Bij
het fabriceren van auto's werd (en wordt nog steeds) het laswerk grotendeels uitgevoerd
door middel van het zogenaamde puntlassen. Dat geldt met name voor het samenstellen van
een zelfdragende carrosserie.
Bij het puntlassen worden de te verbinden stukken plaatwerk met
behulp van twee dikke koperen polen met kracht tegen elkaar gedrukt. Vervolgens wordt een
sterke stroom (circa 5 a 10 duizend Ampère) via deze polen door het laspunt
gestuurd. Feitelijk is er hier gewoon sprake van kortsluiting. Door de weerstand in het
materiaal wordt er warmte ontwikkeld. Tussen de polen smelt het materiaal aan elkaar. Er
wordt bij dit proces geen extra materiaal toegevoegd.
De lasplaatsen zijn rond en hebben een diameter van circa 4 tot 6 millimeter.
Vaak zijn de lassen makkelijk herkenbaar doordat het metaal op deze plaatsen door het
smelten enigszins ingedeukt is.
Een lasnaad wordt gevormd door het
puntlasproces om de 2 cm te herhalen. Een dergelijke verbinding is dus niet volledig
'afgelast'. Er zit ruimte tussen de twee delen waar vocht tussen kan komen. Bovendien zal
tijdens het lassen al oxidatie plaats vinden. Bij veel oudere auto's zijn de puntlassen
dan ook erg makkelijk terug te vinden (!).
Ons roestoratiewerk begint meestal met het verwijderen van
aangetast of beschadigd plaatwerk. Daarbij kan het nodig zijn om bestaande
puntlasverbindingen voorzichtig los te maken. Het beste gaat dat met behulp van speciale
puntlasboren of -frezen.
Het lijkt voor de
hand te liggen om nieuw plaatwerk ook weer met puntlassen vast te zetten. Dat levert
echter een aantal problemen op.
- Puntlasapparatuur vereist een krachtstroomaansluiting (400 V). Er
bestaan wel uitvoeringen voor 230 Volt echter die gebruiken te veel stroom voor een
normael 16 amp
ère huisinstallatie.
- Puntlasapparaten zijn helaas vrij prijzig en om eerder
genoemde reden niet geschikt voor al het laswerk. Als apparaat erbij (naast een MIG/MAG
lasapparaat) is het echter zeer aan te bevelen.
|